28-03-08

Quebec - Montréal 2/5

Geschiedenis

291px-Montréal_1731

In Frans bezit

Huron-, Algonquin- en Iroquois-indianen bewoonden de omgeving van Montréal al ruim 8000 jaar geleden. De eerste Europeaan die het gebied bereikte was de Franse ontdekkingsreiziger Jacques Cartier, die op 2 oktober 1535 het dorp Hochelaga op het Eiland van Montréal binnenkwam. Samuel de Champlain bereikte de plek ruim zeventig jaar later, maar toen bestond Hochelaga niet meer. In 1611 stichtte hij La Place Royale, een bonthandelspost op het Eiland van Montréal, maar de Iroquois verzetten zich tegen deze nieuwkomer en verdedigden hun territorium met succes.

De eerste poging tot een permanente Franse nederzetting op het Eiland van Montréal werd in 1639 gedaan door de Fransman Jérôme Le Royer. Op 17 mei 1642 werd ten slotte de versterkte plaats Ville Marie op het eiland gesticht door een aantal Franse priesters, nonnen en kolonisten van de zendingsgroep Société Notre-Dame de Montréal onder leiding van Paul Chomedey de Maisonneuve. Deze datum wordt beschouwd als de stichtingsdatum van Montréal. Een van de vrouwen in de groep, Jeanne Mance, richtte het Hôtel-Dieu op, het eerste ziekenhuis van Noord-Amerika.

De beoogde evangelisatie van indianen was geen succes, maar Ville Marie werd een belangrijk centrum voor de handel van bont en een uitvalsbasis voor verdere verkenning van Nieuw-Frankrijk door ontdekkingsreizigers als Louis Jolliet en René Robert de La Salle. De Iroquois-indianen bleven de nederzetting echter tot 1701 aanvallen; in dat jaar werd er een vredesverdrag getekend, waarna de handel verder opbloeide.

Een nieuwe bedreiging diende zich aan toen de Engelsen begonnen te azen op Nieuw-Frankrijk. Verschillende aanvallen werden afgeslagen, maar in 1759 viel de hoofdplaats Québec in het kader van de Zevenjarige Oorlog. Montréal capituleerde een jaar later, op 8 september 1760, toen gouverneur Pierre François de Vaudreuil zich overgaf aan het Britse leger, dat onder leiding van Jeffrey Amherst de vestiging in beslag nam.

montreal-canada

In Brits bezit

Het Verdrag van Parijs maakte in 1763 een einde aan de Zevenjarige Oorlog, en Nieuw Frankrijk hoorde vanaf dat moment bij het Britse Koninkrijk onder de naam Province of Quebec. Een deel van de stad werd verwoest door een brand op 18 mei 1765. Amerikaanse revolutionairen onder leiding van Richard Montgomery bezetten Montréal op hun beurt in 1775 in de hoop de bewoners over te halen zich aan te sluiten bij de opstand, maar zij werden een jaar later bij Québec verslagen en verlieten Montréal. Op dat moment was de snelle bevolkingsgroei van Montréal al begonnen, met name door het grote aantal Loyalisten, immigranten uit de jonge Verenigde Staten die trouw wilden blijven aan het Britse gezag, maar ook door Schotse avonturiers, aangetrokken door de bonthandel.

De oprichting in 1779 van de lokale North West Company, die de Britse Hudson's Bay Company moest beconcurreren, luidde de grote bloei van de bonthandel in. Rond 1820 begon de economie van Montréal zich te transformeren tot een handelseconomie. De Bank of Montreal en de Board of Trade werden opgericht; de Rue Saint-Jacques ontwikkelde zich tot het zakenkwartier van de stad. In 1825 werd het Kanaal van Lachine geopend, waardoor het voor schepen mogelijk werd om de tot dan toe onbevaarbare stroomversnellingen van Lachine te passeren. De haven van Montréal werd nu gemakkelijker bereikbaar en maakte een snelle groei door. Montréal was nu de hoofdstad Québec definitief voorbijgestreefd als de grootste plaats in de kolonie en als voornaamste economische en financiële centrum.

Montréal werd in 1832 officieel een stad. In die tijd raakten de Engelstaligen in de meerderheid dankzij een golf van vooral Ierse immigranten. De Engelstalige bovenlaag van de bevolking richtte in Montréal één van de eerste Canadese universiteiten op, de McGill-universiteit (1821), en de rijkere handelsklassen bouwden grote huizen aan de voet van de Mont Royal. In 1851 werd in Montréal de eerste YMCA jeugdherberg geopend.

De Britse overheersing werd echter als onderdrukkend ervaren door een groot deel van de bevolking. Een grote opstand in 1837-1838 tegen het Britse gezag leidde tot een nieuwe inrichting van de kolonie, die nu de Provincie Canada ging heten, en waarvan Montréal in 1844 de hoofdstad werd. De regering verhuisde echter in 1849 naar Toronto nadat opstandelingen het parlamentsgebouw in Montréal in de as hadden gelegd.

Na de confederatie

Het paleis van Justitie in 1880
Het paleis van Justitie in 1880

Ten tijde van de Canadese Confederatie in 1867 woonden er zo'n 100.000 mensen in Montréal. Het was toen veruit de grootste stad en het economische en culturele centrum van Canada. Montréal werd het centrale knooppunt van de spoorwegen, en de spoorwegmaatschappijen vestigden er hun hoofdkantoor. Vooral de sterke ontwikkeling van de financiële sector maakte Montréal tot een internationaal centrum; zo werd het hoofdkantoor van de Royal Bank of Canada in 1907 in Montréal gevestigd. Tussen 1883 en 1918 werden de nabijgelegen dorpen als het ware door de stad opgeslokt waardoor Montréal weer een overheersend Franstalige stad werd. De eerste paardentrammaatschappij was al in 1861 opgericht; in 1894 deed de elektrische tram zijn intrede in Montréal.

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg de stad echter te maken met een hoge werkloosheid, die nog eens verergerde door de Grote Depressie van 1929. Pas rond 1935 begon de stad weer uit het economische dal te klimmen, en werd onder andere de bouw van een aantal nieuwe wolkenkrabbers gestart. Symbolisch was de voltooiing van het Sun Life Building, destijds het grootste gebouw in het Britse Rijk. Honderden Rooms Katholieke kerken werden gebouwd, wat onder andere te danken was aan de bevolkingsgroei. Dit verklaart ook twee bekende bijnamen van Montréal: “Stad van de heiligen” en “Stad van de honderd torenklokken”. Naarmate het zwaartepunt van Canada meer naar het westen verschoof kreeg Montréal echter hoe langer hoe meer concurrentie van Toronto, waar vanaf 1934 al de grootste aandelenhandel van Canada plaatsvond.

Na de Tweede Wereldoorlog

Het stadhuis (Hôtel de Ville)
Het stadhuis (Hôtel de Ville)

In het begin van de jaren vijftig bereikte het inwonertal van Montréal de miljoen. Nieuwe plannen voor uitbreiding en modernisering werden gemaakt; het ging onder andere om een metrosysteem, uitbreiding van de haven en de aanleg van een “ondergrondse stad”. Tijdens deze periode werden nieuwe gebouwen bovenop al bestaande gebouwen geconstrueerd. Deze techniek werd onder meer toegepast bij de bouw van het drieënveertig verdiepingen tellende Place Ville-Marie en de zevenenveertig verdiepingen hoge Tour de la Bourse (Beurstoren).

In de jaren zestig vond in de provincie Québec de "Stille revolutie" (La révolution tranquille) plaats. Die leidde tot een groter zelfbewustzijn van de Franstaligen, die tot dat moment economisch altijd ondergeschikt waren geweest aan de Engelstaligen. Het zelfbewustzijn werd uitgestraald door de flamboyante burgemeester Jean Drapeau, die de Wereldtentoonstelling van 1967 en de Olympische Spelen van 1976 naar de stad wist te halen. Het imago van Montréal als internationale metropool werd hierdoor versterkt.

Het streven van de provincie naar meer zelfstandigheid had echter een ernstige keerzijde. Veel Engelstaligen voelden zich steeds minder thuis in de provincie. Vooral na de oliecrisis in 1973 en na het instellen van het Frans als enige officiële taal in 1977 trokken zij naar andere delen van Canada. Veel internationale ondernemingen verplaatsten hun hoofdkatoor naar Toronto, dat binnen enkele jaren de leidende economische positie van Montréal definitief overnam en Montréal ook in bevolkingsaantal snel voorbijstreefde.

De economie van Montréal is sindsdien door een diep dal gegaan; gedurende de jaren tachtig en negentig kwam de werkgelegenheid maar langzaam op gang in vergelijking met andere Canadese steden. Pas halverwege de jaren negentig stabiliseerde de economie van Montréal zich en nieuwe bedrijven en instellingen vestigden zich in de stad. Door deze gunstige economische situatie kon de infrastructuur sterk verbeterd worden. Het metronetwerk werd uitgebreid, nieuwe wolkenkrabbers verrezen en er werd begonnen aan een nieuwe ringweg.

Montréal fuseerde op 1 januari 2002 met de zevenentwintig omringende gemeenten op het Eiland van Montréal. Als gevolg hiervan ontstond er een verenigd Montréal dat het gehele eiland besloeg. Dit viel niet goed bij de bevolking van sommige voormalige gemeenten en na een aantal referenda werd de samenvoeging op 1 januari 2006 gedeeltelijk ongedaan gemaakt. Sindsdien liggen er vijftien gemeenten op het eiland. Een van de voormalige gemeenten is Verdun.

Morgen het derde deel

06:00 Gepost door Hexana in PR Quebec | Permalink | Commentaren (0) | Tags: canada, steden, quebec |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.