17-04-08

Order of Onderscheidingen van Canada

Order of Canada, Frans: Ordre du Canada) is een Canadese ridderorde en werd in 1967 gesticht om het Britse systeem van onderscheidingen te vervangen. Het motto van de Orde is Desiderantes meliorem patriam, (Latijn: Strevend naar een beter land), een citaat uit de brief aan de Hebreeën in het Nieuwe Testament.

De Orde beloont belangrijke diensten aan Canada en is de hoogste Canadese onderscheiding. Muzikanten, filmsterren, politici en filantropen zijn in deze Orde opgenomen maar van de 5053 benoemingen tot 2007 waren er niet meer dan 12 aan vreemdelingen. Elizabeth II is de Souverein en de Gouverneur-Generaal in functie is de Kanselier van de Orde.

Over het toekennen van Britse Ridderorden en vooral de Britse adellijke titels is in Canada altijd veel discussie geweest. De Britse regering heeft er uiteindelijk onder Canadese druk van afgezien om nog titels en onderscheidingen waaraan adeldom was verbonden aan Canadezen te verlenen. De Orde van het Britse Rijk, de meest toegekende onderscheiding, werd in 1967 uiteindelijk vervangen door de Orde van Canada. Aanleiding was het 100-jarig bestaan van de zelfregerende Dominion Canada. Ook in Australië (De Orde van Australië) en Nieuw-Zeeland (De Orde van de Koningin voor Goede Diensten) werd het Canadese voorbeeld nagevolgd. De Koningin van het Verenigd Koninkrijk, en ook van Canada, Elizabeth II droeg de haar geschonken kleinoden van de Canadese Orden voor het eerst in 1970.

Graden van de Orde van Canada

De Orde kent de volgende graden:

  • Souverein
  • Companion (CC)

Ieder jaar worden maximaal 15 Companions benoemd.

  • Officier (OC)

Ieder jaar worden maximaal 64 Officieren benoemd

  • Lid (Member) (CM)

Ieder jaar worden maximaal 136 leden benoemd

Oorspronkelijk kende de Orde alleen Companions en medailles voor moed. De medaille werd in 1972 vervangen door een Kruis voor Moed ("Cross of Valour"). Alle Companions werden in 1972 tot Officieren benoemd. De Gouverneurs-Generaal en hun echtgenoot of echtgenote worden tot Companion benoemd.

De Orde wordt maar zelden aan vreemdelingen verleend; de leden van de koninklijke familie tellen als Canadese onderdanen en verder mogen er niet maar dan vijf vreemdelingen per jaar in de Orde van Canada worden benoemd.

CompanionOfficierLid
Batons


Met dank aan "Veterans Affairs Canada" voor de foto van de Companion".

Insignia

Het kleinood is een sneeuwvlokvormig vijfarmig ontwerp van de hand van Bruce W. Beatty. Bij de hogere rangen is goud gebruikt maar de leden moeten het met een geëmailleerde zilveren onderscheiding doen. Het esdoornblad, symbool van Canada, is bij de Companions rood, bij de Officieren van goud en bij de Leden van zilver. Als verhoging is de kroon van Sint Eduard de Belijder aangebracht. Canada heeft geen eigen kroon. De keerzijde is, op het woord "Canada" na, leeg gelaten.

Het lint van de Orde is is wit met twee rode strepen. De Officieren en Commandeurs dragen de onderscheiding aan een lint om de hals of, het staat dames vrij om voor de draagwijze van de heren te kiezen, aan een strik op de linkerborst. Men draagt de decoraties ook in miniatuur of als rozet bij wijze van knoopgatsversiersel. Canadezen dragen hun insigne na het Victoria Kruis en het Canadese Kruis voor Moed.

Men mag de insignia van overleden familieleden wel bewaren maar niet verkopen. Wanneer zij op de markt worden aangeboden grijpt de Canadese overheid, voor zover mogelijk, in.

In het Verenigd Koninkrijk en ook in Canada heersen strikte regels voor heraldiek en het gebruik van wapenschilden. De Companions van de Orde van Canada mogen bij de Canadese Wapenkoning een schild laten vaststellen en een "circlet", een rode band met het motto van de Orde, om het schild aanbrengen. De Officieren en Leden hangen het kleinood onder hun wapenschild. Ook in afbeeldingen van het Canadese wapen komt de Orde sinds 1994 voor.

De Gouverneur-Generaal draagt bij gelegenheid ook een keten. De keten bestaat uit het insigne van een Companion met daarboven een kroon en een Canadees wapenschild hangend aan een keten van sneeuwkristallen en medaillons.

Lint van Companions en OfficierenLint van een LidStrik 

Andere Canadese Orden

  • De Lijst van Ridderorden in Canada
  • De Orde van Uitmuntendheid (Alberta Order of Excellence)
  • De Orde van Brits-Columbia (Order of British Columbia)
  • De Orde van Manitoba (Order of Manitoba)
  • De Orde van New Brunswick (Order of New Brunswick)
  • De Orde van Newfoundland en Labrador (Order of Newfoundland and Labrador)
  • De Orde van Nova Scotia (Order of Nova Scotia)
  • De Orde van Ontario (Order of Ontario)
  • De Orde van Prins Edwardeiland (Order of Prince Edward Island)
  • De Nationale Orde van Québec (National Order of Québec)
  • De Orde van Saskatchewan (Saskatchewan Order of Merit)
  • De Orde van Polaris (Yukon Territory Order of Polaris)

morgen krijgen jullie meer over iedere onderscheiding.

14-04-08

De grondwet van Canada

British North America Act

(BNA) waren een serie wetten die door het Britse Parlement in Londen werden aangenomen tussen 1867 en 1975 en die feitelijk de Grondwet van Canada vormde. De eerste British North America Act 1867 werd in 1867 aangenomen en creëerde de Dominion of Canada. Groot Brittannië behield een grote mate van controle over Canada, en alleen het parlement in Londen kon bijvoorbeeld de BNA amenderen. Met het Statute of Westminster, aangenomen in 1931, verkreeg Canada, net zoals de andere Britse Dominions, volledig zelfbestuur inclusief de mogelijkheid om het eigen buitenlandse beleid te bepalen. Hiervoor, zoals bijvoorbeeld in 1914, bepaalde Groot Brittannië het buitenlandse beleid van haar Dominions en toen Engeland Duitsland de oorlog verklaarde was Canada automatisch ook meteen in oorlog.

Door onderlinge wrijvingen tussen met name de Engelstalige en Franstalige bevolkingsgroepen in Canada was het tot 1982 altijd onmogelijk gebleken het bestuur volledig in Canadese handen te geven. De provincies konden het nooit unaniem eens worden over de procedure hiervoor en tot 1982 moest elk amendement aan de grondwet van Canada via een BNA door het Britse parlement worden goedgekeurd. In 1982 werd echter door de Britten de Canada Act 1982 aangenomen die het laatste restje Britse controle over Canada opgaf. Vanaf dat moment was het aan het Canadees Parlement zelf om de grondwet te wijzigen zonder de Britten om hun fiat te vragen. De British North America Acts worden sindsdien in Canada retroactief de Constitution Acts genoemd hoewel zij in Groot Brittannië nog altijd de originele naam bezitten.

De volgende British North America Acts werden aangenomen:

British North America Act 1867

Deze wet vormt de basis van Canada's grondwet. Hij creëerde de Dominion of Canada bestaande uit de provincies Ontario, Quebec, New Brunswick en Nova Scotia. Canada werd een federatieve parlementaire democratie gebaseerd op het Britse Westminster model.

British North America Act 1871

Met deze wet werd het mogelijk om nieuwe provincies tot de Confederatie toe te laten. Manitoba werd een provincie en Rupertland en de Northwest Territories werden deel van Canada.

British North America Act 1886

De territoria kregen vertegenwoordiging in het Canadees Parlement.

British North America Act 1907

De federale overheid kreeg de autoriteit om gelden over te maken aan de kleinere provincies.

British North America Act 1915

De Canadese Senaat werd uitgebreid ten gunste van de westelijke provincies. West Canada, Ontario, Québec en de Atlantische provincies kregen ieder als blok 24 senatoren.

British North America Act 1916

Met de wet werd de zittingsduur van het parlement tijdelijk verlengd, wegens de Eerste Wereldoorlog.

British North America Act 1930

Deze wet gaf de westelijke provincies controle over een deel van de natuurlijke grondstoffen, zelfs als die gewonnen werden op federaal land.

British North America Act 1940

Sociale zekerheid als werkloosheidsuitkeringen werden de verantwoordelijkheid van de Federale overheid.

British North America Act 1943

Wegens de Tweede Wereldoorlog werd de herdistribuering van zetels in het Lagerhuis uitgesteld.

British North America Act 1946

De zetels in het Lagerhuis werden meer evenredig over de provincies verdeeld.

 British North America Act 1949

Newfoundland werden als tiende provincie opgenomen in de Confederatie.

British North America Act 1949 (Nr. 2)

Bepaalde machten van het Britse Parlement werden overgedragen aan "Ottawa".

British North America Act 1951

Het federale parlement kreeg de bevoegdheid wetten aangaande pensioensvoerzieningen aan te nemen.

British North America Act 1952

Het aantal zetels in het Lagerhuis werd aangepast en het Yukon Territorium kreeg een eigen zetel.

British North America Act 1960

Verplichte pensioenering voor rechters die de leeftijd van 75 bereiken.

British North America Act 1964

De pensioenvoorzieningen werden uitgebreid.

British North America Act 1965

Leden van de senaat moeten verplicht aftreden op de leeftijd van 75 jaar.

British North America Act 1974

Herverdeling van het aantal zetels in het Lagerhuis dat iedere provincie krijgt. Québec kreeg 75 zetels, terwijl voor de andere provincies een aantal wordt berekend in proportie tot hun bevolking ten opzichte van Québec, met een minimum gelijk aan hun zetels in de Senaat.

British North America Act 1975

De Northwest Territories krijgen twee zetels in het Lagerhuis.

British North America Act 1975 (Nr. 2)

Yukon en de Northwest Territories krijgen ieder één zetel in de Senaat.

06:00 Gepost door Hexana in Geschiedenis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: canada, geschiedenis |  Facebook |

12-04-08

Wat is Acadië voor Canada

De vlag van Acadië zoals aangenomen in 1884
De vlag van Acadië zoals aangenomen in 1884

Acadië (Frans: Acadie) was de naam van een gebied in het noordoosten van Noord-Amerika, dat beheerd werd door Frankrijk. Acadië bestond uit delen van het oosten van Québec, New Brunswick, Nova Scotia, het huidige New England en verder naar het zuiden to het tegenwoordige Philadelphia. De Franse regering definieerde het gebied als het land langs de Atlantische kust tussen de 40e en 46e breedtegraad. Het gebied werd later opgesplitst in de dertien Britse koloniën, die later staten van de Verenigde Staten zouden worden, en de provincies die een deel van Canada zouden worden.

De eerste Europese kolonisten kwamen uit het gebied van Pleumartin tot Poitiers in het departement Vienne in het westelijk deel van midden-Frankrijk. De eerste nederzetting in Arcadië werd in opdracht van koning Hendrik IV door Pierre Dugua, Sieur de Monts en de cartograaf Samuel de Champlain gesticht op het eiland Ile Sainte Croix in 1604. Het volgend jaar werd de nederzetting na een moeilijke overwintering, waarbij verscheidene kolonisten overleden als gevolg van scheurbuik, verhuisd naar Port Royal aan de Fundybaai. In 1608 volgden vele kolonisten Samuel de Champlain naar het noorden waar hij de stad Québec stichtte.

De Fransen namen het land over van de Abenaki indianen. In 1654 benoemde koning Lodewijk XIV de aristocraat Nicholas Denys als gouverneur van Acadië en gaf hem het inbeslaggenomen land en het recht tot alle mineralen van het land. Britse kolonisten veroverden Acadië gedurende Koning Willems oorlog, maar gaf het weer terug aan Frankrijk als deel van de vredesovereenkomst. De Britten veroverden het opnieuw gedurende Queen Anne's War en het werd definitief Brits bij de Vrede van Utrecht in 1713.

Acadie_1757

Op 23 juni van dat jaar, gaven de Britten de Franse bewoners van Acadië het ultimatum om binnen een jaar hun trouw aan de Britse koning te zweren, of het gebied te verlaten. In ongeveer dezelfde tijd begonnen de Fransen de vesting Louisbourg te bouwen op Cape Bretoneiland, een eiland in Nova Scotia dat ze bij de Vrede van Utrecht behouden hadden. Daarmee gave ze aan dat ze voorbereid waren op toekomstige vijandelijkheden. Als gevolg daarvan werden de Britten ernstig bezorgd over de loyaliteit van de Franse bewoners onder hun bestuur.

Toen in 1755 de Franse en Indiaanse oorlog uitbrak, brandden de Britten de huizen af van Acadiërs die nog niet trouw hadden gezworen aan de Britse koning. Diegenen die daarna nog weigerden werden uit Nova Scotia verbannen. Ongeveer zes tot zeven duizend Acadiërs vertrokken naar Frankrijk of naar de dertien Amerikaanse koloniën. Anderen vluchtten naar de binnenlanden van Nova Scotia of naar andere delen van Canada.

Veel verbannen Acadiërs kwamen uiteindelijk terecht in Louisiana, dat toen nog onder Frans bestuur stond. Ze vormden de kern van de Franstalige bewoners van Louisiana, die later Cajuns worden genoemd. De naam "Cajun" is een verbastering van het het Engelse woord voor Acadiër, "Acadian", en wordt zowel door Engels- als Franstaligen gebruikt. Na het eind van de Franse en Indiaanse oorlog lieten de Britten sommige Acadiërs terugkeren naar Nova Scotia, maar dit was een kleine minderheid.

Herkomst van de naam Acadië

Giovanni da Verrazzano gaf het gebied de naam Acadië. Een van de theorieën is dat op de 16e eeuwse kaart, die hij gebruikte gedurende zijn reis langs de Atlantisch kust, het aangrenzende land aangeduid werd met het Griekse woord "Arcadie" (land van overvloed; zie ook Arcadië). Een andere theorie is dat Acadië is afgeleid van het woord voor "plaats" in de taal van de Mikmac-Indianen, dat uitgesproken wordt als "akatie".

 

06:00 Gepost door Hexana in Geschiedenis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: canada, geschiedenis |  Facebook |

11-04-08

8/8 laatse deel van de geschiedenis

Sponsorship Schandaal en een verenigd Rechts

Huidig minister-president Stephen Harper
Huidig minister-president Stephen Harper

Na het zware verlies van het Conservatieve kamp in de verkiezingen van 1993 duurde het lange tijd voordat de rechtse partijen weer invloed van betekenis kregen. Verschillende, veelal regionale, conservatief geörienteerde partijen ontstonden zoals de Reformparty en de Canadian Alliance die in het Canadees Parlement vertegenwoordigd waren.

In 2003 kondigde Jean Chrétien na tien jaar minister-presidentschap zijn vertrek aan en werd Paul Martin gekozen als de nieuwe leider van de Liberalen en dus minister-president. De Liberalen ondertussen kregen te maken met een aantal schandalen en werden door velen arrogant genoemd en verweten aan machtshonger te leiden. In 2004 besloten de twee grootste conservatieve partijen, de Canadian Alliance onder leiding van Stephen Harper en de Progressief Conservatieven van Peter MacKay te onderhandelen over een fusie om zo een verenigd rechtse partij te vormen als serieus alternatief tegen de van corruptie beschuldigde Liberalen. Slechts enkele maanden nadat deze onderhandelingen in de vorming van de Conservatieve Partij van Canada resulteerde, riep Martin, gesteund door een comfortabele voorsprong in de peilingen, verkiezingen uit om zo zijn eigen mandaat te bemachtigen. De campagne werd gekenmerkt door aanteigingen tegen vermeend Liberaal wanbeheer en een barrage van negatieve advertenties die Stephen Harper, die inmiddels was verkozen tot leider van de neiuwe Conservatieve Partij, demonizeerde. Uiteindelijk ontaarde de verkiezingen uit in een Liberaal minderheidskabinet met een sterk vergroot Conservatieve oppositie.

Kort na de verkiezingen kwam bewijs boven water, aangedragen door de Canadese Auditor General, van een omvangrijk corruptieschandaal die tot in de hoogste kringen van de Liberale Partij doordrong. In totaal was zo'n $250 miljoen dollar aan publieke gelden verdwenen, onder meer aan reclamebureaus in Québec die de Liberale Partij goedgezind waren en die voor onbelangrijke of zelfs fictieve projecten werden betaald in ruil voor het in een goed daglicht stellen van Canada en de Liberale Partij in het bijzonder in de afvallige Franstalige provincie.

In licht van dit Sponsorship Schandaal diende de Conservatieve oppositie in mei 2005 in het parlement een motie in die de regering aanraadde af te treden. Alhoewel de motie werd nipt aangenomen sloeg Martin deze in de wind doordat volgens hem de correcte procedure niet was gevolgd. In plaats van, zoals gebruikelijk, meteen na een dergelijk besluit in het parlement zelf de vertrouwenskwestie aan een stemming te onderwerpen volgde een week van politiek touwtrekken en een constitutionele crisis was een feit. Uiteindelijk lukte het Martin om één lid van de oppositie naar de Liberale fractie te trekken in ruil voor een kabinetspositie en stelde de Liberale regeringspartij de vertrouwenskwestie voor die in een gelijke stemming resulteerde met als gevolg dat de voorzitter van het Canadees Lagerhuis, een Liberaal, in voordeel van de regering besliste.

Deze cycnische gang van zaken koste de Liberale veel support en nadat in het najaar van 2005 een onderzoeksrechter een eerste rapport ingaande het Sponsorship Scandal publiceerde verenigde alle oppositie partijen zich en werd een directe motie van wantrouwen die het kabinet verweet geen moreel recht meer te hebben om te regeren aangenomen en moest Martin aftreden.

In de aanloop naar de verkiezingen die voor januari 2006 werden uitgeroepen trachte Martin met record uitgaves de kiezers wederom voor zich te winnen maar uiteindelijk werden de Conservatieven, die met 5 kernpunten een inhoudelijke campagne voerde, in een minderheidskabinet verkozen en op 6 februari 2006 werd Stephen Harper ingehuldigd als de eerste Conservatieve minister-president in meer dan 12 jaar.

[bewerk] Canada onder Harper

In de loop van Martin's bewind besloot Canada een meer assertieve gevechtsrol in Afghanistan te spelen en werd Canada samen met de VS en Nederland verantwoordelijk voor de instabiele provincie van Kandahar Deze nieuwe rol, werd door de Conservatieve Partij gesteund en in 2006 bekrachtigde Harper dit met een uitbreiding van Canada's rol in Afghanistan tot ten minste 2009 (De Liberale stemde ditmaal opmerkelijk genoeg tegen).

Over het algemeen projecteerde Harper's kabinet een zelfverzekerde en meer uitgesproken rol voor Canada in de Wereld. Ook de relatie met de VS werd onder Harper verbeterd nadat die onder Chrétien en Martin tot een dieptepunt was gedaald. Een slepend handelsconflict over zachthout werd beslecht.

Binnenlands voerde de Conservatieve regering belastingverlagingen door hoewel er kritiek werd geleverd op de grote staatsuitgaves die het kabinet in de begrotingen opnam. Verder is het het doel van de regering om politieke hervormingen door te voeren die een meer transparante overheid moeten opleveren en wil men de senaat omvormen in een direct gekozen kamer van het parlement.

06:00 Gepost door Hexana in Geschiedenis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: canada, geschiedenis |  Facebook |

10-04-08

7/8 Na 9/11 Oorlog tegen het Terrorisme

9/11 en de Oorlog tegen het Terrorisme

Gedurende de regeerperiode van Chrétien en zijn opvolger Paul Martin werd het defensiebudget keer op keer ingekrompen. Het leger kreeg aan het begin van de 21e eeuw te maken met problemen veroorzaakt door verouderd materiaal en lage budgetten. De hoogste generaal van Canada in 2006, Generaal Rick Hillier zou deze periode een desastreus decennium noemen.

Op de morgen van 11 september 2001 werden de Verenigde Staten aangevallen door Islamietische terroristen die het World Trade Center in New York City en een deel van het Pentagon verwoestte. Na een aanslag op een vliegtuig van Air India die op een vlucht van Canada naar India ten zuiden van Ierland werd opgeblazen (waarbij 329 personen waaronder 280 Canadezen omkwamen) was dit de ernstigste aanslag met meerdere Canadezen onder de slachtoffers. Canada sloot zich aan bij de Verenigde Staten in de Oorlog tegen het terrorisme en stuurde troepen naar Afghanistan waar zij aanvankelijk na de omverwerping van het Taliban schrikbewind in het relatief veilige Kaboel werden ingezet.

Ook op een andere, opmerkelijke, manier kreeg Canada met de directe nasleep van 9/11 te maken. De volledige sluiting van het luchtruim boven de Verenigde Staten zorgde ervoor dat vele tientallen internationale vluchten die op weg waren naar de VS maar niet konden terugkeren naar hun vertrekplaatsen, moesten uitwijken naar vliegvelden overal in Canada. Met name Gander, in Newfoundland kreeg met een influx van tientallen vluchten te maken die vele honderden passagiers in het dorpje deed stranden. Een groot deel van de inwoners van Gander namen de gestrande passagiers gastvrij op totdat het luchtruim weer werd opengesteld.

Aanvankelijk had Chrétien in de aanloop naar de invasie van Irak aan de Amerikanen verkondigd deel te zullen nemen aan de Coalition of the Willing maar op het laatste moment trok hij die belofte in. Hoewel de Irakoorlog in Canada niet bijzonder populair is kreeg hij over zijn manier van doen wel kritiek te verwerken. Het was voor de eerste maal dat tijdens een internationaal conflict Canada niet aan de kant van haar drie belangrijkste Engelssprekende bondgenoten (de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Australië) stond.

06:00 Gepost door Hexana in Geschiedenis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: geschiedenis, canada, terreur |  Facebook |

09-04-08

6/8 Canada krijgt een eigen grondwet

Hoewel Canada sinds de Westminster Conferentie in 1931 vrijwel geheel onafhankelijk was lag het laatste woord aangaande bijvoorbeeld wijzigingen in de Canadese staatsinrichting of van de Britse wetten die Canada's grondwet vormde nog altijd bij het parlement van Groot-Brittannië en alle wijzigingen in die wetten die Canada wilde doorvoeren moesten aan het parlement in Londen worden voorgelegd ter goedkeuring. Trudeau's regering wilde aan deze situatie een einde maken en op aandringen van de Canadese regering nam het Britse parlement in 1982 de Canada Act aan die alle bevoegdheden aangaande Canada volledig aan dat land liet. Trudeau voerde in dat jaar tevens het Canadian Charter of Rights and Freedoms waarin rechten en vrijheden in zijn vastgelegd. Beide acties van Trudeau's regering zijn nog steeds controversieel, met name de Charter die op veel verzet stuitte. Om de Charter door de Canadees Parlement goedgekeurd te krijgen en door de provincies gerattificeerd te worden werd Trudeau gedwongen hierin een clausule in op te nemen waarbij zowel provinciale regeringen als de Federale overheid in Ottawa de bevoegdheid kregen delen van het Charter voor onbepaalde tijd nietig te verklaren. Deze clausule is tot op heden nog nooit gebruikt.

Mulroney

Minister-president Brian Mulroney kijkt samen met de Amerikaanse en Mexicaanse presidenten toe tijdens de ondertekening van het NAFTA-verdrag
Minister-president Brian Mulroney kijkt samen met de Amerikaanse en Mexicaanse presidenten toe tijdens de ondertekening van het NAFTA-verdrag

Bij de Federale verkiezingen van 1984 werden de Progressief Conservatieven van Brian Mulroney de grote winnaars. Onder Mulroney verbeterde de relatie met de Verenigde Staten aanzienelijk en Mulroney had een goede persoonlijke band met president Ronald Reagan. Eén van Mulroney's doelen als minister-president was de totstandkoming van een vrijhandelsverdrag met de Amerikanen. De kwestie was niet geheel onomstreden in Canada waar tegenstanders van de overeenkomst die uiteindelijk in 1989 werd gesloten, het Canada-United States Free Trade Agreement, de vrees uitspraken dat het Amerikaanse bedrijven te veel invloed in Canada zou geven. De overeenkomst zou enkele jaren later, in 1992, uitgebreid worden na toetreding van Mexico en de totstandkoming van het Noord-Amerikaanse Vrijhandels Overeenkomst, het NAFTA.

Op buitenlands gebied liep Canada onder Mulroney meer in de pas met haar traditionele bondgenoten en vooral met de VS en in 1990 liep Canada voorop in de veroordeling van de Iraakse bezetting van Koeweit. Canada deed, bescheiden, mee aan de militaire operatie die in 1991 onder VN vlag Saddam Hoesseins troepen uit Koeweit verdreven. Canada leed geen verliezen ten gevolge van de oorlog maar het was de eerste maal sinds de Koreaoorlog dat Canadese troepen in gevechtshandelingen waren betrokken nadat de diverse Liberale regeringen de nadruk op VN "vredesmissies" legde.

De door Trudeau doorgedrukte grondwet was door de provincie Québec nimmer ondertekend en in de eerste jaren van zijn minister-presidentschap probeerde Mulroney deze grondwet zodanig te wijzigen dat het voor de Franstalige provincie beter verteerbaar werd. In 1987 werd het zogenaamde Meech Lake Akkoord gesloten en aan de 10 provincies voorgelegd maar het verkreeg niet de vereiste goedkeuring. Het 5 jaar later in Charlottetown gesloten Charlottetown Akkoord deed een nieuwe poging de grondwet aan te passen en ditmaal werd het akkoord aan het volk voorgelegd in een nationaal referendum. De tanende populariteit van de regering, die een jaar eerder het zeer onpopulaire GST (goederenbelasting vergelijkbaar met de BTW) had ingevoerd, was er mede debet aan dat dit akkoord niet door het referendum werd goedgekeurd.

De goederenbelasting, het afgekeurde Charlottetown Akkoord en een economische neergang aan het begin van de jaren 1990 leidde tot het aftreden van Mulroney ten gunste van de nieuwe leider van de Progressief-Conservatieven, Kim Campbell die in 1993, voor slechts vijf maanden, Canada's eerste vrouwelijke minister-president werd. In de door haar voor het najaar van 1993 uitgeroepen Federale verkiezingen kregen de Progressief-Conservatieven echter een enorme klap te verwerken en kwam de Liberale Partij, ditmaal onder leiding van Jean Chrétien aan de macht en werd de PC gereduceerd tot slechts 2 zetels in het Federale Parlement.

Chrétien, Martin en Harper

De mislukte pogingen om Québec met de grondwet te verzoenen en een groeiend nationalisme in de Franstalige provincie leidde in het begin van Chrétien's regeerperiode opnieuw tot een referendum over mogelijke onafhankelijkheid van Québec. Ditmaal was de uitkomst van het referendum tot op het laatste moment onzeker en uiteindelijk werd het slechts zeer nipt met 50,58% - 49,42% van de uitgebrachte stemmen afgewezen.

Economisch gezien ging het na de recessie van het begin van het decennium in het midden van de jaren 1990 weer beter met het land. De Liberalen, die in de verkiezingscampagne van 1993 hadden beloofd de GST weer te zullen afschaffen sloegen die belofte in de wind toen ze aan de macht waren gekomen, mede door de economisch slechte situatie van dat jaar. Het financiële beleid van de regering zorgde er echter in de loop van Chrétien's regeerperiode voor dat Canada als enige G7-lid een begrotingsoverschot kende. De waarde van de Canadese Dollar was echter in die zelfde periode fors gedaald ten opzichte van de Amerikaanse munt.

Inzake volksgezondheid kwam tijdens het Liberale bewind langzaamaan meer en meer kritiek op de "universele gezondheidszorg" die, meestal gratis, iedere Canadees dezelfde zorg leverde. Vele miljarden dollars die keer op keer in de gezondheidszorg werden gepompt losten echter niet de steeds langer wordende wachtlijsten op en ankele provincies begonnen te experimenteren met gedeeltelijke private zorg, los van het overheidssysteem. Slechts weinig succes kwam hieruit voort echter doordat geen enkele politicus de moed had serieus het debat over het "ideale" zorgsysteem van Canada te openen. Vele doktoren verlieten Canada om in de VS werkzaam te worden en in vele steden is er een nopend tekort aan huisartsen en specialisten.

In 1999 kreeg de map van Canada een ander uiterlijk toen op 1 april van dat jaar de Northwest Territories werd opgesplitst en het oostelijk deel een semi-autonoom thuisland voor de Inuit werd onder de naam Nunavut.

06:00 Gepost door Hexana in Geschiedenis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: canada, geschiedenis, independance |  Facebook |

08-04-08

5/8 Canada na 1945

Canada tijdens de Koude Oorlog (1945-1968)

De Koude Oorlog die vrijwel direct na afloop van de Tweede Wereldoorlog begon bracht Canada in militaire zaken en buitenlandse beleid dichter bij de Verenigde Staten dan in de vooroorlogse periode nadat de VS Groot-Brittannië als wereldmacht was voorbijgestreefd. Canada was één van de oprichters van de Noordatlantische Verdragsorganizatie en diende onder VN-vlag in de oorlog in Korea aan de zijde van de Verenigde Staten en andere bondgenoten. Ook werd samen met de VS gewerkt aan continentale veiligheid, onder andere door middel van de vorming van een uniform luchtverdedigings commando in het kader van NORAD.

Langzaam maar zeker begon Canada ook een meer eigen koers te varen. Lester Pearson, die van 1963 tot 1968 twee minderheidsregeringen leidde, won in 1957 de vredesprijs voor zijn inzet om een diplomatieke oplossing te zoeken in de Suezcrisis tussen Egypte en de Frans-Brits-Israëlische alliantie.

Ook economisch was de koers van Canada radicaal anders dan die van de Amerikaanse buur. Canada begon een socialistisch getint beleid te voeren na de oorlog en er werd een welvaartsstaat gevormd. Dit zou later evolueren in onder meer universele, grotendeels gratis, gezondheidszorg voor elke inwoner van het land en liberale sociale zekerheidsvoorzieningen. Canada negeerde het Amerikaanse embargo op het Cuba van Fidel Castro en Pierre Trudeau, minister-president tussen 1968 en 1979 en 1980 tot 1984 was een openlijk sympatisant van de Cubaanse dictator.

Politiek was Canada in de naoorlogse periode tot de jaren ’80 van de 20e eeuw vooral links gericht met meerdere Liberale kabinetten. Van 1957 tot 1963 was echter de Conservatief John Diefenbaker minister-president en het was onder zijn regering dat alle indiaanse bewoners van het land stemrecht kregen voor algemene, federale, verkiezingen. De spanningen tussen Québec en de Engelstalige gemeenschap begon in de loop van de jaren ’60 ook weer hoger op te lopen. In een poging om de Canadese eenheid te bewaren stelde Pearson voor om een nieuwe, Canadese vlag in te voeren om de Red Ensign, die de Union Jack en een rood veld met het Canadese wapen vertoonde, te vervangen. In 1965 werd uiteindelijk de huidige Esdoornvlag ingevoerd na heftige debatten tussen voor en tegenstanders. De nieuwe vlag werd echter snel door het volk in de armen gesloten als hét symbool van het land. John Diefenbaker die tot het laatst toe vocht voor behoud van de Red Ensign weigerde tot aan zijn dood de nieuwe vlag te accepteren en bij zijn staatsbegrafenis sierde de oude vlag zijn kist.

In deze periode begon ook de roep om een grotere zelfstandigheid in Québec sterker te worden. Deze Révolution tranquille (Stille Revolutie) was aanvankelijk een vreedzame beweging om Québec te transformeren in een zelfstandig land. In 1968 werd de seperatistische Parti Québecois hiertoe opgericht die in het Federale parlement onder de naam Bloc Québécois zitting heeft.

De Trudeau periode

De regeerperiode van minister-president Trudeau is één van de meest controversiele uit de geschiedenis van Canada. Hoewel hij door velen als tot de beste minister-president gerekend wordt zijn er ook keerzijden van zijn ambtsperiode te noemen. Economisch gezien was zijn beleid er één van neergang, gekenmerkt door socialistisch getinte programmas die de economische prestaties van Canada tot ver onder het gemiddelde van de G7 deed zakken. Ook was zijn beleid ten opzichte van Québec te veel gericht op het goedgezind houden van die provincie. Daarmee versterkte hij het seperatisme van de Québecois die immer meer speciale bevoegdheden voor de provincie eisen en meestal ook krijgen.

Terreur en Québec seperatisme

Pierre Trudeau begon zijn eerste ambtsperiode als minister-president in 1968 rond welke tijd ook seperatistische splintergroeperingen in Québec werden gevormd die op een meer gewelddadige wijze de onafhankelijkheid van de Franstalige provincie wilden bewerkstelligen. Het Front de Libération du Québec (FLQ) voerde al sinds 1963 een terreurcampagne die met geweld en bomaanslagen gepaard ging.

In oktober van 1970 bereikte de situatie in Québec een hoogtepunt nadat het FLQ twee vooraanstaande politici ontvoerde nadat enkel FLQ leden waren gearresteerd. Trudeau riep de noodtoestand uit in de provincie en stelde een wet in werking die de regering in tijd van oorlog speciale bevoegdheden geeft. Voor het einde van het jaar waren alle FLQ leiders opgepakt en liep de terreurcampagne van de groep af.

Hoewel het geweld in Québec sterk afnam na de uitschakeling van het FLQ was de afscheidingsbeweging politiek verre van over. De Parti Québécois leidde van 1976 tot 1985 de provinciale regering in Québec City onder leiding van premier René Lévesque. Lévesque voerde een beleid die tot doel had Qébec autonoom of zelfs geheel onafhankelijk te maken. Er kwam een verbod op het gebruik van Engels en Frans werd de enige officiële taal van de provincie. De volgende stap die werd genomen was het uitroepen van een referendum over de onafhankelijkheidskwestie in 1980. Het referendum, die een vage omschrijving van het uiteindelijke doel hanteerde, werd uiteindelijk vrij eenvoudig met 60% van de uitgebrachte stemmen verworpen.

Relatie met de Verenigde Staten

Onder Trudeau was de relatie met de VS meer gespannen dan gewoonlijk. Canadezen vertoonden altijd al een tendens om zich tegen de machtige buur naar het zuiden af te zetten en anti-amerikanisme kan zelfs gezien worden als één van de weinige echte Canadese trekjes.

Canada hield zich buiten de oorlog in Vietnam al verkocht het wel militair materiaal aan de VS tijdens het conflict. Het werd voor mensen die in de VS de dienstplicht ontliepen of deserteerde uit het Amerikaanse leger makkelijk gemaakt om in Canada als immigrant opgenomen te worden en zo'n 125.000 personen maakte daar gebruik van. Aan de andere kant gingen ook enkele duizenden Canadese vrijwilligers naar de Verenigde Staten om in diens strijdkrachten te dienen in Vietnam en vele bleven na afloop van de oorlog in de VS en werden aldaar staatsburger.

06:00 Gepost door Hexana in Geschiedenis | Permalink | Commentaren (1) | Tags: canada, geschiedenis, na-oorlog, freedom |  Facebook |