04-03-08

Politiek en bestuur in Canada

Parliament Hill in Ottawa
Parliament Hill in Ottawa

Canada is een constitutioneel koninkrijk en een federale parlementaire democratie. Het politieke systeem van Canada is gebaseerd op het Britse Westminster-model met Amerikaanse invloeden. Op 1 juli 1867 trad de British North America Act of 1867 (in principe Canada's grondwet) in werking die de Dominion of Canada oprichtte. Canada's eerste minister-president werd Sir John Alexander Macdonald. Hoewel Canada nominaal zelfstandig was had het Britse parlement nog steeds invloed op Canadese aangelegenheden. Zo moesten bijvoorbeeld wijzigingen in de Canadese grondwet door Londen goedgekeurd worden. Pas in 1982 kwam hieraan een einde door de aanname van het Britse parlement van de Canada Act of 1982.

Hiermee verkreeg Canada volledige zelfstandigheid. Een belangrijke wijziging van Canada's grondwet in 1982 was tevens de toevoeging van de Canadian Charter of Rights and Freedoms, een document dat rechten en vrijheden verankerde. Het staatshoofd is Koningin Elizabeth II, met de titel 'Koningin van Canada'. Zij wordt vertegenwoordigd door de Gouverneur-Generaal van Canada, die door de Kroon wordt aangesteld op advies van de Canadese minister-president. In iedere provincie en territorium van Canada wordt de Kroon vertegenwoordigd door een luitenant-gouverneur. Het land is lid van het Gemenebest van Naties en werd door het Britse parlement op 1 juli 1867 gevormd. In 1866 werd besloten om van Brits-Noord-Amerika een zogenaamde zelfstandige, zelfregerende kolonie (Dominion) te maken. In de regelingen werd het komende land ook wel Kingdom of Canada (Koninkrijk Canada) genoemd. In 1867 werd de British North-America Act of 1867 van kracht, die in principe Canada's grondwet is.

Pas in 1982 kreeg Canada formeel de volledig zelfstandigheid. Al sinds 1932 werden alle Britse dominions echter gelijkgesteld met het Verenigd Koninkrijk en kregen ze volledige soevereiniteit gelijkwaardig aan alle andere landen. De volledige titel van de Canadese Koning(in) is tegenwoordig: Hare Majesteit, Elizabeth de Tweede, door de Genade van God, van het Verenigd Koninkrijk, Canada en Haar andere Gebieden en Territoria, Koningin, Hoofd van het Gemenebest, Verdediger van het Geloof. De titel Verdediger van het Geloof is puur ceremoniëel, Canada heeft immers geen (Anglicaanse) staatskerk. Om aan de grondwet te voldoen, is de Koning staatshoofd, maar heeft zelf geen uitvoerende macht. De koning is de enige die een adellijke titel voert. De Gouverneur-Generaal van Canada en de Luitenant-Gouverneurs voeren de taken van de monarch uit. De Canadezen dragen financieel niet bij aan hun Koningshuis. Alleen als ze taken verrichten voor Canada ontvangen ze een kleine financiële bijdrage. Canada heeft twee volksliederen: naast O Canada ook het Britse God save the Queen.

Parlementair systeem

Het parlement van Canada bestaat uit een Lagerhuis, het Huis van Afgevaardigden (House of Commons) en een Senaat (Senate). Deze Senaat bestaat, in tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk, niet uit Lords aangezien Canada geen adellijke titels kent. Er is overeenkomst met Amerikaans model. Leden van het Lagerhuis worden gekozen via een districtenstelsel met één parlementslid per district (Riding). De kandidaat per district die de meeste stemmen krijgt bij federale verkiezingen wordt lid van het Lagerhuis (Member of Parliament). Leden van de senaat worden door de minister-president aangewezen. Doordat de senaat hierdoor vaak bevolkt wordt door politieke vrienden van de minister-president is er veel verzet tegen dit systeem en worden er regelmatig voorstellen gedaan om de Senaatsleden door het volk te laten kiezen.

Na de verkiezingen in 2006 is de zetelverdeling (totaal 308 zetels) in het Huis van Afgevaardigden als volgt (Zetelverdeling van na de verkiezingen van 2004 tussen haakjes):

  • Conservatieven (Conservatief) - 124 (99)
  • Liberalen (progressief liberaal) - 103 (135)
  • Bloc Québécois (Québec seperatistisch) - 51 (54)
  • New Democratic Party (Socialistisch) - 29 (19)
  • Onafhankelijk/partijloos - 1 (1)

De partij met een meerderheid van stemmen vormt de regering bestaande uit een minister-president en diverse ministers die tevens lid zijn van het parlement. Samen vormen zij het kabinet. Indien er geen partij is met een meerderheid, zoals na de verkiezingen van 2004 en 2006 het geval was, vormt in de regel de grootste partij een minderheidsregering. Vaak regeert deze met steun van één of meer andere partijen zonder een formele coalitie te vormen. In de regel zitten minderheidskabinetten niet meer dan één à twee jaar.

De huidige regering wordt sinds februari 2006 gevormd door de Conservatieven onder leiding van minister-president Stephen Harper. Daar de Conservatieven geen absolute meerderheid in het parlement hebben zullen zij steun moeten zoeken voor hun regeringsbeleid bij de andere partijen.

Een parlement heeft een mandaat van 5 jaar maar de minister-president kan eerder verkiezingen uitschrijven. Ook worden er eerder verkiezingen gehouden als de regering het vertrouwen van het parlement verliest. Dit gebeurt meestal tijdens minderheidskabinetten wanneer de regering een gevoelig verlies lijdt in het parlement over bijvoorbeeld een zg. moneybill, een staatsbudget. Eind 2005 verloor het kabinet bestaande uit Liberalen onder toenmalig minister-president Paul Martin het vertrouwen na een direkte motie van wantrouwen. Het was de eerste maal in de Canadese parlementaire geschiedenis dat dit gebeurde. De aanleiding was het zg. Sponsorship Scandal waarbij miljoenen dollars aan belastinggeld verdwenen, mede in de koffers van de regerende Liberalen en naar marketingbedrijven met connecties in de partij. De daarop volgende verkiezingen van 23 januari 2006 werden gewonnen door de Conservatieve Partij.

De rechtsprekende tak van de federale overheid wordt geleid door het Supreme Court of Canada, het Canadees Hooggerechtshof.

Provinciale politiek

De provincies worden geleid door een premier die een provinciale regering leiden. Zoals op federaal niveau wordt de regering van een provincie geleid door de grootste partij in de provinciale volksvertegenwoordigingen. Een luitenant-gouverneur vertegenwoordigt de kroon in de provincies. De provincies hebben bevoegdheden over zaken als onderwijs, gezondheidszorg en provinciale infrastructuur. De provincie Québec heeft bijzondere bevoegdheden als de enige geheel Franstalige provincie. De relatie van de provincies enerzijds en de federale overheid anderzijds is vaak gespannen. In Alberta bijvoorbeeld is er een gevoel dat "Ottawa" de provincie alleen bekritiseert en uitbuit ten behoeve van de armere provincies. Ook is er weerstand tegen de vele uitzonderingen die er gemaakt worden voor Québec.

Nationale eenheid

De eenheid van Canada staat vaak ter discussie. Voornamelijk de uitzonderlijke positie van de Franstalige gemeenschap in Québec is een twistpunt. In 1980 en in 1995 werden er in die provincie referenda gehouden over mogelijke afscheiding van Canada. Vooral in 1995 werd dit voorstel maar nipt (met 50,6% van de stemmen) verworpen.

Anderzijds heerst vooral recentelijk in het westen van Canada, met name in Alberta en Brits-Colombia, onvrede over het nationale beleid ten opzichte van hen, de zg. Western Alienation. Alberta heeft herhaaldelijk gesteld dat het een aantal van de speciaal aan Québec toegekende rechten wil hebben wat betreft de zeggenschap over "binnenprovinciaalse" aangelegenheden. Een onderzoek onder bewoners van de vier westelijke provincies in 2005 gaf aan dat ongeveer één op de drie mensen afscheiding van Canada een goede zaak zouden vinden.

In november 2006 is er een resolutie aangenomen waarin de inwoners van de Franstalige regio Québec worden erkend als natie binnen een verenigd Canada. De resolutie, ingebracht door minister-president Stephen Harper, werd met 266 stemmen voor en 16 tegen goedgekeurd.

05:45 Gepost door Hexana in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: canada, politiek, toerisme |  Facebook |